Werkkleding voor de metaalbouw en lassers

Werkkleding metaalbouw vraagt om andere keuzes dan gewone bedrijfskleding, want in een constructieatelier vliegen de vonken letterlijk in het rond. Wie last, slijpt of staalconstructies monteert, werkt de hele dag met gloeiende deeltjes, scherpe randen en warme oppervlakken. Een T-shirt met een gewone werkbroek is dan geen comfortkwestie, maar een risico.

Hieronder lees je waar je op let bij het samenstellen van een set voor de metaalbewerking en de lasafdeling: van vezelkeuze en normen tot pasvorm, handschoenen, knielen, hitte en onderhoud. Belangrijk vooraf: de definitieve keuze volgt altijd uit de risicoanalyse van je preventieadviseur, en welke bescherming een kledingstuk biedt lees je op het label.

Waarom werkkleding metaalbouw andere eisen stelt

In een metaalatelier zijn de risico’s zelden theoretisch. Vonken van een slijpschijf komen met snelheid en temperatuur op je kleding terecht. Lasspatten zijn nog vervelender: kleine, gloeiende metaaldeeltjes die zich in de stof nestelen en daar kunnen blijven doorbranden. Daarnaast heb je straling van de lasboog, warme werkstukken en scherpe braamranden op vers gesneden plaat.

Vonken en gloeiende spatten versus gewone katoenmengsels

Een klassieke werkbroek in een katoen-polyestermengsel is prima voor onderhoud, magazijn of montage, maar reageert slecht op vonken. Het katoen kan gaan smeulen en het gaatje groeit door, zeker als er wat luchtstroom is. Wat begint als een zwart puntje, is na een paar weken een reeks gaten op de dijen. Dat is niet alleen een kostenpost, het is vooral een teken dat de stof de vonken niet tegenhoudt.

Het risico van synthetische vezels

Bij synthetische vezels zoals polyester, polyamide of elastaan speelt er nog iets anders. Die vezels kunnen bij voldoende hitte smelten in plaats van verkolen. Smeltend materiaal kan aan de huid blijven kleven, en dat maakt de gevolgen van een incident erger dan de vonk zelf. Daarom beweegt de metaalbouw richting stoffen die ontwikkeld zijn om niet door te branden en niet te smelten. Een stretchbroek met veel elastaan is dus zelden een goed idee vlak bij de lasboog, hoe comfortabel die ook zit.

De normen die je op het label terugvindt

Voor kleding tegen thermische risico’s is EN ISO 11612 de bekendste norm. Specifiek voor lassen en verwante processen bestaat EN ISO 11611, met een indeling in klassen die aangeeft hoe zwaar het lasproces mag zijn. Werk je in zones met explosierisico of met gevoelige elektronica, dan komt EN 1149 voor antistatische eigenschappen in beeld. Elk van die normen kent klassen en prestatieniveaus die per kledingstuk verschillen. Zie het label voor de klasse en ga nooit af op het uiterlijk van de stof.

Wil je eerst begrijpen hoe die pictogrammen en klassen in elkaar zitten, lees dan het overzicht over veiligheidskleding en normen. Voor de thermische kant gaan we dieper in op vlamvertragende werkkleding en ISO 11612.

De hele set moet kloppen, ook de onderkleding

Een veelgemaakte fout: een vlamvertragende overall aantrekken over een gewoon polyester sportshirt. De buitenlaag doet dan zijn werk, maar de laag die het dichtst bij je huid zit is uitgerekend de laag met het smeltrisico. Denk daarom in lagen en beoordeel elke laag apart.

Onderkleding en tussenlagen

Kies onder- en tussenlagen die passen bij het risico van je werkpost. Fleecevesten, hoodies en thermoshirts van synthetisch materiaal horen in principe niet onder beschermende laskleding. Het label vertelt of een kledingstuk geschikt is als onderlaag bij thermische risico’s, en je preventieadviseur bepaalt wat jouw werkpost nodig heeft.

Overall, of broek plus jas

Een overall heeft in de metaalbouw een duidelijk voordeel: er is geen opening ter hoogte van je taille waar een vonk tussen kan glippen wanneer je je bukt of reikt. Bij laswerk onder een constructie of boven het hoofd is dat vaak doorslaggevend. Een combinatie van broek en jas scoort beter op flexibiliteit: je trekt de jas uit aan de werkbank en aan als je gaat lassen, en je vervangt de delen apart.

In de praktijk kiezen veel bedrijven voor een mix: een overall voor het echte laswerk en een set werkbroeken voor montage, meetwerk en bewerking.

Kraag, zakken en mouwen

Details maken hier het verschil. Let op een kraag die je echt sluit, zodat er niets tussen je nek en je kledingstuk kan vallen. Kijk naar de zakken: opgestikte zakken met een open bovenkant zijn een vonkenval, terwijl afgedekte of schuine zakken dat probleem beperken. Mouwen moeten aan de pols gesloten blijven en niet omhoog schuiven wanneer je je arm strekt. Ritsen en drukknopen worden idealiter afgedekt, zodat er geen warm metaal tegen je huid komt. Loop bij een aankoop de sluitingen een voor een na.

Antistatische eisen in bepaalde zones

Niet elk metaalbedrijf heeft ermee te maken, maar zodra je werkt in zones waar brandbare gassen, dampen of stof aanwezig kunnen zijn, komt statische elektriciteit in beeld. Denk aan werk nabij de opslag van gasflessen, aan spuit- of coatingruimtes, of aan onderhoud waar een ontladingsvonk ongewenst is. Antistatische kleding volgens EN 1149 is dan onderdeel van het pakket, samen met de juiste schoenen en een correcte aarding. Kleding alleen lost het niet op.

Hoe die eigenschap werkt en waarom de hele set en zelfs het wasproces meespelen, lees je in het artikel over antistatische werkkleding en EN 1149. Ook hier: zie het label voor de klasse en het toepassingsgebied.

Handschoenen voor plaatranden en voor hitte

In de metaalbouw heb je zelden genoeg aan een paar handschoenen. De risico’s verschillen te sterk per taak, en een handschoen die goed presteert tegen hitte is meestal te log voor precies werk met dunne plaat.

Scherpe plaatranden en braam

Bij het hanteren van vers gesneden of geknipte plaat is snijbescherming het belangrijkst. Die valt onder EN 388, met prestatieniveaus voor onder meer snijweerstand, scheurweerstand en perforatie. Een hoger niveau betekent meer bescherming, maar vaak ook een stuggere handschoen. In snijbestendige handschoenen en EN 388 zetten we de niveaus op een rij.

Hittecontact bij lassen en slijpen

Voor contact met warme werkstukken en voor bescherming tegen spatten kijk je naar EN 407, de norm voor thermische risico’s aan de handen. Ook die kent prestatieniveaus per soort blootstelling: contactwarmte, stralingswarmte en spatten van gesmolten metaal. Een lashandschoen heeft doorgaans een langere kap die de pols en een stuk onderarm mee afdekt. Zie het label voor de klasse en stem de handschoen af op de mouwlengte van je jas, zodat er geen strook huid onbeschermd blijft.

Een startpunt voor je assortiment is het overzicht van werkhandschoenen.

Knielen, hitte en comfort dat je volhoudt

Kniebescherming bij constructiewerk

Bij montage van staalconstructies of laswerk laag bij de grond zit je regelmatig op je knieen, vaak op beton of op een metalen rooster. Een werkbroek met kniezakken waarin je gecertificeerde kniebeschermers schuift, maakt dat draaglijker. De norm die daarbij hoort is EN 14404, en die geldt voor de combinatie van broek en beschermer samen. Meer daarover lees je in kniebeschermers, werkbroek en EN 14404.

Zomer, zweet en werken in de warmte

Beschermende kleding is per definitie dekkend, en in juli merk je dat. De verleiding om mouwen op te rollen of de jas open te laten hangen is groot, maar juist dan verlies je de bescherming waarvoor je betaald hebt. Werk in plaats daarvan aan de omstandigheden: zwaar werk op koelere momenten plannen, voldoende drinken, ventilatie in het atelier en waar mogelijk een lichtere, beter ademende variant binnen dezelfde beschermingsklasse.

Je logo op werkkleding voor de metaalbouw

Herkenbaarheid op de werf is voor veel metaalbedrijven belangrijk, zeker wanneer er onderaannemers rondlopen. Borduren geeft een strak en duurzaam resultaat, bedrukken is interessant voor grotere vlakken. Bij vlamvertragende of laskleding houd je wel rekening met de plaatsing van het logo en met het garen of de techniek die gebruikt wordt. Overleg dat vooraf, zodat de personalisatie past bij het kledingstuk en bij de manier waarop het gewassen wordt. Bekijk wat mogelijk is bij te borduren kleding en lees hoe je dat aanpakt in de gids over bedrijfskleding personaliseren.

Wassen, controleren en vervangen

Het label is de wet

Bij vlamvertragende kleding is onderhoud geen detail. Het waslabel bepaalt de temperatuur, het programma en het aantal wasbeurten dat de fabrikant voorziet. Wasverzachter laat je weg: die legt een laagje op de vezels dat de werking van de kleding kan beinvloeden. Hetzelfde geldt voor agressieve vlekverwijderaars. Bij zwaar vervuilde laskleding kiezen veel bedrijven voor een gespecialiseerde wasserij die het proces beheerst.

Wanneer vervang je een kledingstuk

Brandgaatjes zijn niet zomaar cosmetisch. Een gat betekent dat er op die plek geen beschermende laag meer is en dat de huid eronder rechtstreeks blootstaat. Ook rafelende zomen, ritsen die niet meer sluiten, sterk versleten knieen of een kraag die niet meer dichtgaat zijn signalen om het kledingstuk uit roulatie te halen. Spreek een vast controlemoment af, bijvoorbeeld bij elke wasronde, zodat versleten stukken niet blijven rondslingeren.

Weet je niet waar te beginnen met een pakket per functie, dan helpt het overzicht werkkleding per beroep je op weg, met per sector de aandachtspunten op een rij.

Veelgestelde vragen

Is gewone werkkleding geschikt voor laswerk?

Nee. Gewone katoenmengsels kunnen doorsmeulen en synthetische vezels kunnen smelten bij hitte. Voor laswerk kijk je naar kleding die gemaakt is voor thermische risico’s en voor lassen, met de bijhorende normen op het label. Zie het label voor de klasse en laat je preventieadviseur de risicoanalyse maken voor jouw werkpost.

Welke normen zijn belangrijk bij werkkleding voor de metaalbouw?

EN ISO 11612 voor bescherming tegen hitte en vlammen, EN ISO 11611 specifiek voor lassen en verwante processen, en EN 1149 voor antistatische eigenschappen in bepaalde zones. Voor handschoenen gelden EN 388 voor mechanische risico’s en EN 407 voor thermische risico’s. Elke norm kent klassen, dus zie altijd het label voor de klasse.

Overall of werkbroek met jas voor laswerk?

Een overall heeft geen opening ter hoogte van de taille en is daarom praktisch bij laswerk in wisselende houdingen. Een broek met jas geeft meer flexibiliteit en je vervangt de delen apart. Veel metaalbedrijven combineren beide: een overall voor het laswerk en werkbroeken voor montage en bewerking.

Mag vlamvertragende werkkleding in de gewone wasmachine?

Volg altijd het waslabel: dat bepaalt de temperatuur, het programma en de voorziene levensduur. Gebruik geen wasverzachter, want die kan een laagje op de vezels achterlaten dat de werking beinvloedt. Bij sterk vervuilde laskleding kiezen veel bedrijven voor een gespecialiseerde wasserij.

Wanneer moet werkkleding met brandgaatjes vervangen worden?

Zodra er gaatjes doorheen de stof zitten, is de bescherming op die plek weg en ligt de huid eronder bloot. Vervang het kledingstuk dan. Controleer daarnaast zomen, ritsen, knieen en de kraag, en spreek een vast controlemoment af, bijvoorbeeld bij elke wasbeurt.

BORDUUR SERVICE

Bekijk de mogelijkheden

ONLINE BETALING

Betalings methodes

FAQ

Zoek extra informatie

ONLINE VEILIGHEID

ssl versleuteling

VEILIGE AANKOPEN

Lees onze voorwaarden

KLARNA

ACHTERAF BETALEN

Shopping cart
Sign in

No account yet?

Shop
0 items Cart
My account
Home

Gebruik couponcode welkom10 om 10% korting te krijgen.